februari 25, 2024

Altijd op de hoogte van het laatste vaknieuws

Aangescherpte STAP-regeling herstart 28 februari

De afgelopen weken heeft het ministerie van SZW, samen met partners binnen STAP, maatregelen genomen om misbruik en oneigenlijk gebruik van het STAP-budget te voorkomen. Zo komt er een begrenzing van 300 toekenningen per opleiding (van één opleider) per kalenderjaar, worden opleiders die snoepreisjes of cadeaus aanbieden aangepakt en is de definitie van scholing aangescherpt. Ook worden de toegewezen subsidies na iedere aanvraagperiode openbaar gemaakt.

Alle genomen maatregelen zijn te vinden in de vandaag gepubliceerde wijzigingsregeling in de Staatscourant. Daarnaast is met keurmerken afgesproken dat zij vooraf gaan controleren of opleidingen van opleiders met hun keurmerk voldoen aan de voorwaarden van STAP.

Het STAP-budget kan – zoals gepland – vanaf 28 februari weer worden aangevraagd.

Eind vorig jaar besloot het kabinet het januaritijdvak voor het aanvragen van STAP-budget over te slaan om de nodige verbeteringen in de regeling uit te werken. Het moest strenger en strakker. Ook werkte de Toetsingskamer STAP aan onderzoek naar ruim 3.500 opleidingen bij zo’n 200 opleiders. Daarbij is er niet altijd sprake van misbruik en/of oneigenlijk gebruik, daarom is het belangrijk om zorgvuldig te werk te gaan, met hoor en wederhoor. De onderzoeken zijn momenteel bijna afgerond.

Minister Van Gennip: “Hoe vervelend het ook was om mensen teleur te moeten stellen die begin dit jaar wilden starten met scholing via STAP, is het goed geweest dat wij de afgelopen periode de tijd hebben genomen om de nodige verbeteringen aan de regeling door te voeren. Daarbij is het belangrijk dat de regeling blijft doen wat die moet doen, namelijk mensen aansporen om aan de slag te gaan met hun professionele ontwikkeling. Tegelijkertijd moet misbruik en oneigenlijk gebruik tegen worden gegaan. Met de genomen maatregelen heb ik er vertrouwen in dat de STAP-regeling beter zal functioneren. De komende maanden worden nog meer verbeteringen doorgevoerd, zoals het aanpassen van het aanvraagproces.”

De genomen maatregelen

Vanaf 28 februari 2023 gaan de volgende maatregelen in:

  • Er komt een begrenzing van 300 toekenningen per scholingsactiviteit van een opleider. Dit geldt per kalenderjaar.
  • De minister van SZW kan opleidingen én opleiders voortaan, bij misbruik, uitsluiten van STAP.
  • Opleiders worden vooraf actief geïnformeerd over de voorwaarden voor STAP-budget en moeten verklaren dat de door hen opgevoerde scholingsactiviteiten voldoen aan de voorwaarden van STAP.
  • Opleiders die snoepreisjes of cadeaus aanbieden om mensen te overtuigen om voor hen te kiezen worden (op basis van risicogericht onderzoek of meldingen) gevraagd hun activiteiten te staken. Wanneer hier geen gehoor aan wordt gegeven, wordt een opleiding uit het scholingsregister verwijderd.
  • Na iedere aanvraagperiode worden de gekozen scholingsactiviteiten, het aantal subsidies en het totale subsidiebedrag per scholingsactiviteit openbaar gemaakt.
  • De definitie van ‘lesmateriaal’ wordt in de regeling vervangen door ‘literatuur of middelen’. Daarmee kunnen alleen literatuur en veiligheidsmateriaal gesubsidieerd worden.

Maatregel die per 1 mei 2023 ingaat:

  • De scholingsdefinitie wordt aangescherpt. Voortaan komt alleen scholing met een vooraf vastgesteld programma, waaraan een docent is verbonden en waarbij de opgedane kennis (of vaardigheden) wordt getoetst voor STAP-budget in aanmerking. Lezingen vallen bijvoorbeeld niet onder deze definitie.

STAP-budget, een lerende regeling

Het STAP-budget is een lerende regeling. Dat betekent dat de regeling continu wordt geëvalueerd en verbeterd. Zo komen er later dit jaar extra middelen binnen het STAP-budget vrij voor mensen met maximaal een MBO 4-diploma, wordt er gekeken naar het mogelijk maken van subsidies voor meerjarige scholing via STAP en komen er strakkere regels rond buitensporige prijsverhogingen voor scholingsactiviteiten. Tot slot kijkt het ministerie van SZW, n.a.v. de motie Dassen, hoe het STAP-budget meer ingezet kan worden voor (om)scholing naar maatschappelijk cruciale sectoren.